NWT Online

Terug naar Sakkara

Archeologie

Door: Erick Vermeulen

Op zoek naar verloren tombesNWT nr. 6/2007

6/2007De graven zijn geplunderd, de schatten en mummies verdwenen. Toch neust een groep Leidse archeologen al meer dan een kwart eeuw in het Egyptische Sakkara in de vervallen grafruïnes. Hun missie: zoek de kleine beetjes informatie die de plunderaars en avonturiers vergaten te bekijken. "We bedrijven een soort recherchewerk, we rapen alleen de restjes op."

Het was geen verrassing dat er een grote rechthoek uit het zand tevoorschijn kwam. Al in 2003 hadden de egyptologen uit Leiden sporen van een stenen muur ontdekt, bij opgravingen van een ander graf. Die muur die ze nu zagen, die kon eigenlijk alleen maar de achterkant zijn van nóg een graf. De onderzoekers waren geïntrigeerd. Inscripties waren niet zichtbaar, dus wisten ze niet van wie het graf was, maar ze gokten er wel op dat het graf stamde uit de tijd van Achnaton, een uiterst omstreden koning die leefde rond 1350 v.Chr. Toch dekten de onderzoekers de vondst toe. Tot begin dit jaar. 
            Maarten Raven, conservator in het Rijksmuseum van Oudheden, herinnert zich nog precies de datum van het wow-moment. Dat was op zaterdag 27 januari van dit jaar. De eerste, zuidelijke, muur die uit het zand kwam, was kaal, een grote teleurstelling. De noordmuur echter was tot ooghoogte voorzien van een wandreliëf, van goede kwaliteit. Op de bewuste zaterdag ontdekten de egyptologen eindelijk tekst, titels, een naam en een grote afbeelding. Van een anoniem graf veranderde het bouwwerk in het graf van Ptahemwia. "Je raadpleegt dan direct een kleine handbibliotheek, met daarin het werk Topographical Egyptology. Daarin stond Ptahemwiah vermeld."

Het gevonden reliëf toonde de eigenaar van het graf, opperschenker Ptahemwia.  

         
Ptahemwia was opperschenker van de koning, zeg maar de koninklijke butler. Dat was een hoge hofrang, hij zorgde voor de catering van het paleis. En daar, tussen de inscripties, vonden de egyptologen er eentje: een puzzelstukje, een klein, nog onbekend stukje informatie. Een gaatje in de kennis over het Oude Egypte. Ptahemwia was namelijk in het bezit van een speciale privé-tent. 
            "In het graf van de opperschenker van de koning is een afbeelding van een paard en wagen, dat is normaal bij koningen en topambtenaren. Maar daarnaast is dit het oudste graf dat een verplaatsbaar paviljoen in privé-bezit toont. Dat is iets wat daarvoor alleen in militaire context optreedt", vertelt René van Walsem, universitair docent egyptologie aan de Universiteit Leiden. Van Walsem is opgetogen over de ontdekking. "Koning Achnaton had ook een tent, weten we uit teksten, maar hier zien we dat voor het eerst bij een hoffunctionaris." 

Studievriend
Elk grafveld vertelt een ander verhaal. Sakkara, waar Leidse archeologen sinds 1975 opgravingen doen, vertelt het verhaal van de bestuurlijke elite. Elders zijn er grafvelden van de gegoede burgerij of armere burgers, en in het Dal der Koningen bevinden zich de graven van de Egyptische heersers vanaf zo'n drieduizend jaar geleden. 
            In het Leidse Rijksmuseum van Oudheden (RMO) liggen sinds het begin van de 19e eeuw tal van objecten en fragmenten die afkomstig zijn van het grafveld in Sakkara. De nieuwe expedities naar Sakkara moeten aanvullende informatie leveren over die voorwerpen. Het graf van Ptahemwia van begin dit jaar is het twaalfde graf dat de Nederlanders blootlegden, en opnieuw is het een graf van een van de hoogste ambtenaren aan het hof. In Leiden liggen voor zover bekend geen stukken die uit het graf van de opperschenker komen; musea in Bologna en in Caïro hebben die wél in hun collecties. 
            Maarten Raven was er met zijn studievriend Van Walsem al in 1975 bij: "We hebben het geluk gehad dat we in al die jaren drie graven hebben gevonden waarvan er voorwerpen in Leiden liggen. Dat zijn niet de minste. Zoals het graf dat de latere koning Horemheb liet bouwen. Materiaal uit dat graf is verspreid over wel twintig musea over de hele wereld. Daarnaast is er het graf van Maya - schatbewaarder, bouwmeester en minister van binnenlandse zaken en financiën onder Horemheb en Toetanchamon - en het graf van een kleine handelaar, waarvan we ook een beeld in onze collectie hebben. We lopen daar waarschijnlijk dagelijks over graven waarvan we objecten in onze collectie hebben." 

Heidense graven
Zoals veel Egyptische grafvelden heeft Sakkara een bewogen verleden. Al in de oudheid  werden goederen als metalen, zalven, oliën en andere kostbaarheden uit de graven geroofd. Naderhand werden de graven vaak gerecycled als bouwmateriaal. Zo is er van het graf van Horemheb in Sakkara op grote schaal kalksteen gebruikt voor een muur die rondom de verderop gelegen trappiramide van Djoser werd aangelegd. Nog weer later werden van vele graven de kalkstenen platen gestolen en vernietigd door kalkbranders. Enkele eeuwen na het begin van de jaartelling plunderden Koptische monniken het grafveld, alweer omdat ze op zoek waren naar geschikt bouwmateriaal in de 'heidense' graven. 
            De herwaardering begon pas rond 1800, met de geboorte van de egyptologie. Toen Napoleon Egypte toegankelijk maakte voor de westerse wereld, nam hij geleerden mee die de grafvelden een eerste wetenschappelijke blik gunden. In 1822 ontcijferde Jean-François Champollion de hiëroglyfen, waardoor veel vondsten een nieuwe betekenis kregen. Ook de band van Leiden met Egypte dateert uit die dagen: het Rijksmuseum van Oudheden is gesticht in 1818. 
            Maarten Raven: "Diverse mensen zagen in dat je snel rijk kon worden door grafvondsten in Egypte te verzamelen en in Europa te verkopen aan de meest biedende. Koning Willem I stelde hiervoor geld beschikbaar. Het Leidse museum kon tussen 1826 en 1830 zodoende enkele grote collecties opkopen. Daaraan hebben we nog steeds onze reputatie te danken." 

Lokale arbeiders voeren handmatig het vele graafwerk tijdens de opgraving uit.

            Intussen ging het verval van de graven gewoon door. In de post-Napoleontische tijd volgden nieuwe, grootschalige plunderingen. Van alles ging in de 19e eeuw in Egypte op de schop, zo ook de vallei bij Sakkara. Op grote schaal trok men van alles los van de wanden en haalde men beelden weg. Dat ligt nu allemaal in musea, verspreid over de hele wereld. Niets werd opgeschreven, de archeologische context is grotendeels verloren gegaan. De ruïnes van de graven zelf raakten intussen in onbruik. Wat er nog van overschoot, verdween weer onder het opstuivende woestijnzand. 
            Er was alle reden voor een terugkeer naar Sakkara, meende men in onder meer Leiden. "Wij rapen nu alleen nog de restjes op", vertelt Raven. Maar die restjes blijken zeker de moeite waard. Raven: "We bedrijven een soort recherchewerk. Wat was er oorspronkelijk aanwezig? We reconstrueren de wanddecoraties waar mogelijk en zo ontstaat een beeld. Elk graf geeft ons weer andere informatie." 

Romantisch
De nieuwe opgravingen in Sakkara startten in de jaren zeventig als Brits-Nederlandse samenwerking, met als Engelse partner The Egypt Exploration Society te London, actief sinds 1882. Men begon heel romantisch: met een van de zeer schaarse aantekeningen uit het 'plundertijdperk' van de 19e eeuw. De maker daarvan was lid van een vroege, wetenschappelijke expeditie. Hij liep tussen de plunderaars door en zag overal zaken uit het zand steken. Die tekende hij in op een plattegrond, die hij publiceerde. Op de plattegrond gaf hij ook aan waar zich het graf van Maya bevond, de schatbewaarder waarvan het Leidse museum een beeld heeft. Raven: "Helaas had hij fouten gemaakt op de kaart. We vonden daardoor niet het graf van Maya, maar binnen een week wel het centrum van dit grafveld, het graf van Horemheb. Dat was fantastisch, want we hadden in het museum in Leiden ook uit dat graf voorwerpen. Het graf van Maya kon niet ver verwijderd zijn, wisten we. En dat vonden we inderdaad twaalf jaar later." 
            In 1998 trokken de Engelsen zich terug uit het project. Raven denkt dat die zich nu wel voor het hoofd kunnen slaan, want daarna heeft hij nog enkele mooie ontdekkingen gedaan. Het Rijksmuseum van Oudheden was echter te klein om het opgravingproject alleen te trekken en had een partner nodig. Dat werd de Leidse universiteit. Ravens studiegenoot Van Walsem raakte zo na bijna twintig jaar opnieuw betrokken bij de opgravingen. Sindsdien is het project een Leidse aangelegenheid, bekostigd door de Universiteit Leiden en het RMO. Daarnaast brengt een stichting Vrienden van Sakkara geld in het laatje. 

Gemalin
Horemheb heeft opmerkelijk genoeg niet alleen een graf in Sakkara, maar ook een in de Vallei der Koningen. Raven: "Horemheb was onder Toetanchamon een soort minister van buitenlandse zaken en defensie. Zoals iedere Egyptenaar liet hij een graf bouwen, in zijn geval een zeer indrukwekkend graf in Sakkara, het grafveld van de elite van de stad Memphis. Toen hij eenmaal op de troon zat, liet hij een nieuw graf aanleggen in het Dal der Koningen. Die twee graven zijn dus van dezelfde man." 
            Het graf van Horemheb in Sakkara bleef echter niet leeg. Raven en zijn collega's hebben enkele jaren geleden aangetoond dat Horemheb in zijn graf in Sakkara zijn gemalin liet begraven, een totaal nieuw inzicht. Vervolgens werd het graf in de 19e eeuw diverse malen gezien en geplunderd. Daarna werd het vergeten en is het onder het zand geraakt, totdat de Leidse onderzoekers het in 1975 weer gedeeltelijk opgroeven. In 1980 stopten de archeologen met de opgraving, maar in 2004 legden ze alsnog de monumentale entree bloot. Het totale graf blijkt 65 meter lang te zijn. 
            De opgraving van het graf van Horemheb bewees maar weer dat er op het oude, vervallen grafveld van Sakkara nog altijd nieuwe ontdekkingen zijn te doen. Ook het graf van de opperschenker Ptahemwia was een opgraving waarnaar men reikhalzend uitkeek. Ptahemwia leefde namelijk in een van de turbulentste, meest besproken tijden van het oude Egypte: het tijdperk van de hervormingskoning Achnaton. 
            Achnaton, mogelijk de vader van Toetanchamon, zette de Egyptische maatschappij en de godsdienst op hun kop. Achnaton was onorthodox, hield van nieuwe dingen en introduceerde het monotheïsme. Zowel bij leken als binnen de egyptologie is hij dan ook een van de beroemde koningen. Van Walsem: "Er was geen sprake van absoluut monotheïsme, maar wel gaf hij de zonnegod een centrale plek. Zijn opzij schuiven van de staatscultus was erg ingrijpend, en niet alleen in theologisch opzicht. We zien ook een andere kunststijl en het spraak-Egyptisch doordringen tot de monumenten." 
            Interessant dus om het graf te vinden van de opperschenker, een sleutelfiguur aan het hof. Uit teksten blijkt dat opperschenkers een vertrouwenspositie hadden bij de koning. Het waren vaak mensen die vanuit het niets alle rangen doorkruisten en zo hun positie verwierven. Ze begeleidden de koning op veldtochten, werden op expedities en inspectietochten gestuurd en fungeerden soms zelfs als interim-managers, bijvoorbeeld bij problemen in het schathuis. Daar waren ze dan zelfs superieur aan de opperschatmeester. Op het reliëf dat de Leidenaren vonden, draagt Ptahemwia een grote gouden ketting, een soort ridderorde die de koning uitdeelde aan de hoge hofhouding. De beschrijving die Raven geeft, doet denken aan het bijbelse verhaal van Jozef, die er als buitenstaander in slaagde op te klimmen aan het Egyptische hof. 

Lange schedels
De Leidse onderzoekers dateerden het graf van Ptahemwia aan de hand van techniek, stijl en decoraties. De reliëfs van het graf zijn snel en ondiep in de wand gehouwen. Een techniek die kenmerkend is voor de periode van Achnaton. De reliëfs tonen mensen met langgerekte schedels, uitpuilende buiken en dunne ledematen. Dat past in het plaatje, want kunstenaars kregen onder Achnaton de kans om te experimenteren. Er zijn uit de periode zelfs enkele bijna frontale afbeeldingen van mensen bekend, hoogst ongebruikelijk voor Egyptische kunst. Opvallend zijn ook de meer naturalistische afbeeldingen, zoals landschappen met allerlei anekdoten erin. De Egyptenaren zagen dat als een manier om de zonnegod te eren, die men immers zag als de bron van al het leven. Na Achnaton bleef nog enige tijd een mengstijl aanwezig, onder andere onder Toetanchamon. Maar later keerden de traditionele vormen weer terug. Dat gebeurde onder de Ramessiden, de dynastieën tussen 1307 en 1070 v.Chr. 
            Geplunderd of niet; de Leidenaren zijn in hun nopjes met het graf van de opperschenker. Het reliëf dat ze vonden was gekleurd met natuurlijke kleurstoffen zoals roet, kopersulfiet en oker. Verrassend is dat deze eenvoudige middelen de tand des tijds goed hebben doorstaan. "Sikkens kan daar jaloers op zijn", zegt Van Walsem. "Zelfs sommige plafonds in tempelpoorten, die toch continu in de open lucht hebben gestaan, schitteren nog steeds met blauwe en rode tinten." 

Reliëfs worden secuur overgetekend. 

            Van Walsem: "Kijk je naar de decoraties op de grote graven, dan herken je soms de beeldhouwers, al blijven ze anoniem. Dat maakt het boeiend. We noemen het een graf, en de eerste functie is die van graf, maar daarachter ligt een waaier van extra informatie die je boven water krijgt door zo'n graf op verschillende niveaus te bestuderen. Je kijkt naar de afbeeldingen, relaties tussen figuren, religieuze en historische teksten, titels, familieleden enzovoort. Zo verkrijgen we veel meer inzicht." 

Harpspeler
Er zijn nog vele stukken aanwezig in evenzovele musea waarvan de archeologen het graf willen vinden. The lost tombs, is de jongensboekachtige aanduiding die egyptologen hiervoor hebben. "In het Leidse museum staat het mooiste beeld van Maya", vertelt Raven. "Daar hebben we nu het graf bij. En daarnaast hebben we het prachtigste reliëf van Horemheb." Ook daarbij hebben de archeologen het graf gevonden. 
            Een derde wens van Raven is het graf van Pa-aten-emheb. Daarvan hebben ze in het museum de grafkapel, met daarop een scène die in bijna alle kunstboeken over het Oude Egypte staat, de 'blinde harpspeler'. De eigenaar van dit graf was ook schenker des konings, dus misschien ligt zijn graf wel vlakbij de andere elitegraven, meent Raven. 
            Van Walsem is daarnaast erg benieuwd naar het graf van Meri-meri. Dat was een Egyptische ambtenaar uit het middenkader: hoofd van de bewakingsdienst van het ministerie van financiën. Het RMO in Leiden bezit twee kalkstenen platen afkomstig van dat graf, die aanvankelijk op basis van hun stilistische kenmerken werden gedateerd op de vroeg-Ramessidische tijd, de 12e eeuw v.Chr. Inmiddels is men het er alom over eens dat de platen een paar eeuwen ouder zijn, afkomstig uit de Amarna-tijd van Achnaton (1351-1334 v.Chr.).
             Er zijn nog meer graven die duidelijkheid kunnen verschaffen over de 18e dynastie, de dynastie van onder meer Horemhoteb, Achnaton en Toetanchamon. Maya zorgde onder Toetanchamon, die een klein jongetje was zonder politieke macht, voor het binnenlands bestuur. De latere koning Horemheb was onder Toetanchamon verantwoordelijk voor het leger en buitenlandse zaken. Maar er was nog een man die voor Horemheb korte tijd koning was, een zekere Eje. Ook dat moet een militair zijn geweest. Die was maar vier jaar koning, hij was op leeftijd. Heeft hij ook een graf in Sakkara gebouwd, net als Horemheb? Er is niets van hem in de musea te vinden. Misschien was het beroemde graf van Toetanchamon oorspronkelijk wel bedoeld voor Eje? 
            Daarnaast zijn er nog steeds veel vraagtekens over de bloedverwantschap van diverse heersers, iets waar de graven van hovelingen wellicht licht op kunnen werpen. Mogelijk heeft zelfs Nefertiti, de vrouw van Achnaton, enige tijd op de troon gezeten, legt Van Walsem uit. Het zou niet voor het eerst zijn dat er tegen de regels in een vrouw de troon bestijgt. De praktijk wint het wel vaker van de regels, net zoals in recenter dagen China een vrouwelijke keizer heeft gehad. Na Achnaton zou dan misschien drie of vier jaar Nefertiti hebben geregeerd, gevolgd door Toetanchamon, Eje en Horemheb. Die laatste twee hadden beiden in feite al de macht onder Toetanchamon. 
            Achnaton had bovendien een bijvrouw, Kia, die in het twaalfde jaar van Achnatons regeerperiode verdween. Van Nefertiti is bekend dat ze alleen dochters had. Van Walsem vraagt zich af of die bijvrouw soms de moeder was van Toetanchamon, en Nefertiti een soort boze stiefmoeder. "We weten het niet, dat is speculatie. We wachten op de vondst van documenten en reliëfs die over dit soort zaken uitsluitsel geven." Maar in de egyptologie is 'uitsluitsel' altijd relatief, weet Van Walsem. "Teksten zijn natuurlijk niet objectief. Ze zijn niet bedoeld als geschiedschrijving, maar om de overledene te eren." 

Informatie
Vrienden van Saqqara
Rijksmuseum van Oudheden




Login

Zoek

Deze maand