NWT Online

CSI ontspoord

Biologie - Geneeskunde - Natuurkunde - Scheikunde - Wetenschap

Door: Kim Kompier

Op stap met de echte technische rechercheNWT nr. 12/2006

12/2006Wie heeft zich nooit afgevraagd of boeven vangen echte zo makkelijk is als in Crime Scene Investigation (CSI)? Sinds deze en vergelijkbare series op tv zijn, schieten de studies forensische wetenschappen als paddenstoelen uit de grond. Komen al die studenten na de opleiding niet van een koude kermis thuis?

Na maandenlang lobbyen mag ik een dag meelopen met de technische recherche in Amsterdam. Die ochtend, voor mijn kledingkast, had ik me afgevraagd hoe je je kleedt voor een dag forensisch onderzoek. Een kwestie van logisch nadenken: hetzelfde wat Catherine Willows ook altijd draagt, namelijk zwarte broek, dito bloesje en hoge hakken. Op de fiets richting de Sarphatistraat, hartje Amsterdam, begint het zachtjes te regenen. Welk effect zou dit hebben op al die interessante sporen op de 'plaats delict'? In Las Vegas regent het nooit.             
            "Lang niet alles wat je op televisie ziet klopt," zegt forensisch technisch deskundige Leendert Borstlap. "Hier op het bureau bekijken we het materiaal van de plaats delict, maar het eigenlijke DNA-onderzoek gebeurt bij het Nederlands Forensisch Instituut." Borstlap is nauw betrokken bij de opzet van een nieuw forensisch servicecentrum (FSC): "Het FSC moet als het ware tussen het NFI en de technisch recherche in komen. Het NFI blijft over de kwaliteit gaan, maar onderzoeken die redelijk gerobotiseerd zijn, willen we het liefst zo dicht mogelijk bij ons hebben. Hier kan ik zelf bepalen welke zaken voorrang hebben. Het NFI mag dat als onafhankelijk instituut niet doen"

            Daardoor duurt het soms drie maanden eer het DNA-onderzoek voor een overval met veel geweld is afgerond, terwijl het DNA van een simpel inbraakje binnen drie weken bekeken kan zijn.   
            Ziehier de eerste CSI-deceptie: wie naar de plaats delict gaat, doet dus zelf niet al die sexy onderzoekjes in zo'n laboratorium met hightech blauwe verlichting. En ook binnen het lab is iedereen gespecialiseerd in één type analyse. 
            "Zelfs de leiding hier heeft wel eens van die CSI-ideeën", zegt Borstlap. "Dan zeggen ze 'waarom doe je het niet zo en zo, ik heb dat apparaat toch op televisie gezien'. Dan moet ik ze uitleggen dat het op die manier helemaal niet kan." 
            Borstlap leidt me rond door de laboratoria van de technische recherche. De gangen staan vol vitrinekasten, elk met hun eigen thema, zoals materiaal voor brandstichting of valse papieren. "Als het na te maken is, wordt het ook nagemaakt," zegt Borstlap. "van paspoorten tot supermarktzegels. De eerste bepaling of iets echt is of nep wordt hier op het bureau gedaan. Bij het NFI analyseren ze verder met wat voor inkt en materiaal de vervalsingen zijn vervaardigd."

            Verderop in de gang staat een kast met munitie en een arsenaal pistolen en geweren. Daarnaast vertoont een plaat pantserglas de bijbehorende kogelgaten.  Het is duidelijk te zien dat dit glas bestand is tegen pistool- en revolver-munitie, maar niet tegen munitie uit geweren. De glasplaat bestaat uit drie lagen glas met lagen kunststof ertussen en wordt vaak toegepast in de loketten van postkantoren en banken. 
            In de laboratoria valt op dat hier niets te merken is van de drukte die bij CSI zo vanzelfsprekend lijkt. Een eenzame laborant is bezig voorwerpen op te hangen in een glazen kast, en warempel herken ik dit meteen: ook Warrick Brown doet dit om vingerafdrukken van lastige voorwerpen af te halen. "In de kast wordt twee-secondenlijm, cyano-acrylaat-ester, verdampt," legt Borstlap uit. "Dit blijft aan de vingerafdrukken plakken, waardoor ze zichtbaar worden. Er is ook een kast speciaal voor vingerafdrukken op papier, de ninhydrinekast. Ninhydrine bindt aan eiwitten uit het transpiratievocht. Doctoren gebruiken ninhydrine-staafjes om te testen of een patiënt blaasontsteking heeft. Als het strookje verkleurt, zit er eiwit in de urine, wat duidt op blaasontsteking."

Luminol
"Dat ziet er érg CSI uit," roep ik enthousiast bij een wand vol foto's van oplichtende schoenen en kleding. Luminol, de stof die gebruikt wordt om minuscule hoeveelheden bloed aan te tonen, bindt zich aan het ijzer in het hemoglobine en licht daarbij op. Bij CSI bekijken ze de vlekken minutenlang, terwijl de bloedvlekken in werkelijkheid maar een paar seconden oplichten. Bovendien beschadigt luminol het DNA en wordt het dus pas als laatste redmiddel gebruikt. In de misdaadseries lijken ze die vernietiging van DNA-bewijsmateriaal niet zo belangrijk te vinden en sprayen ze er lustig op los met de luminol. 
            Het laboratorium heeft ook nog een ouderwetse fotostudio, maar die wordt niet vaak meer gebruikt, aangezien het meeste fotowerk nu digitaal gebeurt. Volgens CSI mag dat toch helemaal niet, omdat digitale foto's makkelijk te manipuleren zijn?  "Dat is op zich waar, maar dat kan bijna niet zonder sporen achter te laten," verklaart Borstlap. "Wij houden de originele versie van de foto altijd apart. Die wordt meegeleverd bij de bewijsvoering. Natuurlijk zouden we met heel veel moeite digitale foto's kunnen veranderen zonder sporen na te laten, maar dat kan met analoge foto's ook. De rechtbank vertrouwt erop dat we dit niet doen."

Fantasie
Op voorspraak van Borstlap mag ik mee 'het veld' in, met sporenzoeker Vincent (die niet met z'n achternaam in het blad wil). Hij pakt secuur zijn koffer met analysemateriaal in voordat we op een inbraak afgaan.  

            "Hier heeft hij zijn fiets gezet," zegt de bewoner op de eerste plaats delict, terwijl hij naar een plek onder het opengebroken raam wijst. "Anders had hij nooit door het raam kunnen klimmen. Daarna heeft hij het huis doorzocht. Via het raam aan de voorzijde is hij  weggevlucht." 
            Zijn vrouw zit bedroefd op de bank. "Hij heeft wel de plantjes nog netjes opzij gezet zodat hij erlangs kon," zegt ze. Vincent maakt zijn koffer open. "Ik ga maar eens wat vingerafdrukken zoeken," zegt hij. "We beginnen bij de plek van binnenkomst." Hij doet een stofkapje op en haalt een kwast met daaraan een reservoir met poeder tevoorschijn. Hij knijpt een keer in het reservoirtje en begint te stoffen. Hier wordt CSI afgetroefd: daar hebben ze nog een apart bakje met poeder nodig. . 
            Systematisch poedert Vincent het kozijn van het opengebroken raam, inclusief enkele plekken die de bewoner aanwijst. Tevergeefs: "Geen vingerafdrukken of afdrukken van handschoenen,"zegt hij. Wollen of katoenen handschoenen laten zelfs helemaal geen afdrukken achter. 
            Op de volgende plaats delict, een stichting in Amsterdam-West, is de glaszetter al geweest. Vincent begint buiten met het stoffen van het raamkozijn. Er verschijnen meerdere afdrukken. Ik enthousiast: "We hebben vingerafdrukken!" "Dat klopt, maar ze zijn niet bruikbaar", zegt Vincent. "Om een vingerafdruk te kunnen identificeren moeten er minimaal twaalf herkenbare punten zijn. Dit zijn allemaal gedeeltelijke afdrukken, met te weinig bruikbare punten."

            We gaan naar binnen om daar het kozijn te stoffen en vragen de medewerkster of de glaszetter handschoenen aan had. Nee, dus. Mij lijkt dat niet zo erg, want de vingerafdrukken waren toch niet bruikbaar. "Dat is wel erg," zegt de sporenzoeker fronsend. "Nu weten we niet eens of de inbrekers wel door het raam naar binnen zijn gekomen. Het breken van de ruit kan net zo goed baldadigheid zijn geweest. Aangezien er geen sporen van braak zijn bij de deur, kan het ook zo zijn de dader een sleutel had en het raam heeft gebroken om daar de aandacht van af te leiden." 
            Dan maar verder met het stoffen van een opengebroken kluisje. "Kijk," zegt Vincent. "Hier zie je duidelijk afdrukken van handschoenen. De inbrekers hebben die handschoenen natuurlijk al aan gedaan voor ze binnenkwamen. De vingerafdrukken op het raamkozijn zijn dus zeer waarschijnlijk van de raamzetter."

Bloed aan de muur
Bij de woonboot die we daarna bezoeken gaat niet alleen de koffer voor de vingerafdrukken mee uit de achterbak, maar ook de DNA-kit. De bewoonster denkt namelijk een bloedspat te hebben ontdekt. 
            "Willen jullie hier vanaf nu niet meer praten," zegt Vincent, terwijl hij ons vriendelijk maar dringend de gang uit duwt. "Elke keer als je praat komt er, bewust of onbewust, een beetje speeksel mee," legt hij uit. "Het DNA van dit speeksel mag zich niet vermengen met het DNA in die bloedspat."  Ook dat zal de CSI-kijker nooit te weten komen: daar kletsen ze wat af tijdens het verzamelen van DNA-bewijs,  zonder mondkapje of haarnet.

            Vincent brengt met een wattenstaafje het vermeende bloed over op een papiertje. Het staafje gaat in een kokertje dat hij afsluit. Daarna knipt hij een stukje uit de wand van het kokertje. "Als ik dat niet doe zorgt de condens die in het kokertje ontstaat ervoor dat het bloed gaat rotten," legt Vincent uit. "De leverancier kan dit niet vooraf doen, omdat er dan weer extra kans is dat de binnenkant van het kokertje vooraf besmet raakt." 
            Het bloed op het papiertje is niet voor het identificeren van het DNA, maar om te kijken of het echt bloed is. Vincent druppelt uit twee flesjes vloeistof op het papiertje, de tetrabase-test. "Als het bloed is, moet het nu gaan verkleuren," zegt hij. We kijken gespannen naar het papiertje, maar er gebeurt niets, ook niet als Vincent de test herhaalt.  "Ik stuur het staafje evengoed wel naar het lab," zegt Vincent enigszins teleurgesteld. Bij het stoffen van het kozijn waar de inbreker vermoedelijk naar binnen is gekomen, vindt Vincent een aantal vingerafdrukken die waarschijnlijk wel bruikbaar zijn. Voor één keer gaat het precies als in de tv-series: met een speciaal soort plakband verzamelt hij de afdrukken en stopt ze in een papieren zak.

            Vijf minuten later blijkt het papiertje met de bloeddruppel alsnog verkleurd. Er zat dus toch bloed op de muur. Vincent bekijkt zijn flesjes: "Ik denk dat de chemicaliën oud zijn en dat de reactie daardoor op zich heeft laten wachten." Bij CSI zijn de chemicaliën natuurlijk altijd kersvers en dan nog wat: krijgt iemand daar ooit last van pijnlijke voeten?  Na een dag meelopen over de ene na de andere plaats delict is me wel duidelijk dat hoge hakken bepaald ongeschikt zijn voor forensisch werk. Goed dat ik niet naar huis hoef te lopen.




Login

Zoek

Deze maand