De Grote Griepmeting
Geneeskunde - Informatica en Computers - Wetenschap
Door: Sanne Deurloo
Hoe ziek zijn de Lage Landen?NWT nr. 11/2003

Op 1 november start De Grote Griepmeting. Dit grootschalige experiment volgt de verspreiding en het verloop van verkoudheid en griep. Iedereen in de Lage Landen kan zich aanmelden als griepmeter. Epidemiologen en virologen krijgen zo een beter inzicht in de verspreiding van de ziekte die jaarlijks miljoenen mensen treft.
Het griepseizoen staat voor de deur. Ouderen, zieken en anderen met een verhoogd risico hebben als het goed is hun vaccinatie gehaald, maar zoals ieder jaar zal ongeveer 5 tot 10% van de bevolking een paar dagen of langer geveld zijn door de griep. Die één tot twee miljoen zieke mensen in Nederland en België zijn een enorme kostenpost voor de gezondheidszorg en het bedrijfsleven.

Veel mensen verwarren verkoudheid met griep, maar wie echt griep onder de leden heeft, weet dat griep iets anders is. De rhinovirussen die verkoudheid veroorzaken, richten vooral schade aan in de neus en de luchtwegen. Echte griep ofwel influenza gaat daarnaast gepaard met koude rillingen, spier- en hoofdpijn en hoge koorts. Het maakt de patiënt soms letterlijk doodziek, onder andere door complicaties als bronchitis en longontsteking. Elk jaar sterven er alleen al in Nederland honderden mensen aan de gevolgen van griep.
Geef je op als griepmeterGek genoeg weten we ondanks de jaarlijks terugkerende epidemieën nog lang niet alles over deze ziekte en het verloop ervan. Daarom begint op 1 november De Grote Griepmeting, een initiatief van Kennislink,
Natuurwetenschap & Techniek, het Centrum voor Wiskunde en Informatica, het RIVM, het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Nivel en een groot aantal andere partijen. Iedereen in Nederland en België kan aan dit experiment meedoen. "Hoe meer, hoe beter", geeft huisarts Aad Bartelds van het Nivel aan.
Aan De Grote Griepmeting kunnen niet alleen individuen, maar ook schoolklassen meedoen. Iedereen met een e-mailadres kan zich opgeven als griepmeter op
www.degrotegriepmeting.nl. Je krijgt dan elke week een e-mail waarin je gevraagd wordt door te geven of je last hebt gehad van typische verkoudheidsverschijnselen als een snotterende neus, of zelfs van griepsymptomen als plots opkomende koorts en pijn in spieren en hoofd. De diagnose griep kan eigenlijk alleen met zekerheid in een laboratorium worden vastgesteld aan de hand van neus- of keelvloeistof, maar de vragenlijst geeft wel een hele goede indicatie, denkt Bartelds.

Op de website toont een kaart per postcodegebied in blauw de verkoudheidsgevallen en in rood de griephaarden. Zo is te zien hoe 'ziek' de Lage Landen zijn. Na verloop van tijd ontstaat uit de verzamelde gegevens een filmpje zodat ook het verloop van de ziekte is te volgen. Misschien wordt het effect van carnaval wel zichtbaar. Dan reizen mensen veel en zitten ze dicht op elkaar in de kroeg, wat ideale omstandigheden zijn voor virussen om zich te verspreiden.
Tot nu toe registreert het European Influenza Surveillance Scheme (EISS) de griepgevallen in Europa. Het EISS volgt via huisartsen één tot twee procent van de Europese bevolking. In Nederland verzamelt het Nivel deze gegevens en in België gebeurt het door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur (WIV). "Dat geeft een redelijk inzicht in het verloop van epidemieën", vertelt Bartelds, die bij het Nivel de peilstations coördineert. "Maar niet iedereen die ziek is, waarschuwt de dokter. We denken dat vooral schoolgaande kinderen de griep verspreiden, maar juist die groep krijgen we niet snel in beeld. Daarom is het Nivel enthousiast over De Grote Griepmeting. We hopen dat we dit volgend jaar in heel Europa kunnen invoeren."

De organisatie van De Grote Griepmeting hoopt het natuurlijk niet, maar de griep kan dit jaar wel eens flink huishouden. "In Ierland dook een nog onbekend griepvirus op dat ook zijn weg naar het vasteland van Europa kan vinden", vertelt viroloog John Paget van Nivel. "We weten dat dit type niet in het vaccin is meegenomen." Elk jaar stelt de Wereldgezondheidsorganisatie vast welke drie virusstammen waarschijnlijk de ernstigste en meest wijdverspreide griep zullen veroorzaken. Deze virussen worden gekweekt in bevruchte kippeneieren, waarna ze gedood en gezuiverd in de griepprik belanden. Eén ei levert ongeveer de dosis voor één vaccin.
Meestal gaat dat goed, maar er kan altijd een nieuw virus opdoemen dat zich snel verspreidt en veel slachtoffers maakt. Vorig jaar zwierf in Noorwegen een nieuw virus rond dat dit jaar ook in Australië heeft huisgehouden. "Dit zogenoemde Fuijan-virus liet zich niet in eieren opkweken", vertelt Paget. Die onhebbelijke eigenschap maakt dat er nog geen vaccin tegen is. "Het zou kunnen dat het virus in Ierland van dit type is." Pas gevaccineerde mensen zijn wel enigszins beschermd omdat het lijkt op virussen die wel in het vaccin zitten.
SpijkersHét influenzavirus bestaat niet. Influenza is een verzamelnaam voor een groep myxovirussen, die is opgedeeld in 'influenza A', 'influenza B' en 'influenza C'. Daarvan bestaan weer diverse subtypen. B en C komen voornamelijk bij de mens voor. Influenza A is minder selectief en kan vogels, mensen en andere zoogdieren besmetten. De griepvarianten waar we het meest last van hebben, zijn influenza A, subtype H1N1 en H3N2, en influenza B.

Een griepvirus bestaat uit stukjes RNA waarop de genetische code staat voor de aanmaak van viruseiwitten, gehuld in een bolvormig vetzuurmembraan. Onder de microscoop ziet dat membraan eruit alsof er spijkers ingeslagen zijn. Dat zijn eiwitten waaraan afweercellen de griepvirussen herkennen. De belangrijkste zijn varianten van neuraminidase (N) en haemagglutinine (H).
Griepjagers noemen een nieuwe variant naar de soort eiwitten aan de buitenkant van het virus, de plaats waar en de datum waarop het voor het eerst geïsoleerd werd en het nummer van het sample. In het griepvaccin van dit jaar zit bijvoorbeeld een antistof tegen A/Moscow/10/99(H3N2)-like. Dat is een influenza A dat werd geïsoleerd in 1999 in Moskou uit sample 10 met variant 3 van haemagglutinine (H) en variant 2 van neuraminidase (N).
De eiwitten op de virusmantel veranderen doordat het RNA muteert. Gemiddeld treedt elke tienduizend vermenigvuldigingen een kopieerfout op. Veel veranderingen overleeft een virus niet, maar soms ontstaat een variant met alleen iets andere oppervlakte-eiwitten. Deze relatief langzame verandering genaamd antigene drift zorgt ervoor dat het griepvirus elke winter er net een beetje anders uitziet. Onze afweercellen kunnen zo'n virus niet meer goed herkennen en opruimen, waardoor het zich ongehinderd in ons lichaam verspreidt.
Soms treden grote veranderingen op. Dat heet antigene shift. Een nog grotere verandering kan ontstaan doordat menselijke virussen in contact komen met vogelvirussen en genen uitwisselen. Vroeger dacht men dat zo'n uitwisseling alleen kon plaatsvinden in een tussengastheer, bijvoorbeeld een varken, maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat vogel-menscontact ook tot zulke dodelijke combinaties kan leiden.
De dierenarts die dit voorjaar stierf na bezoek aan een boerderij waar vogelpest, een vogelinfluenza, heerste, was besmet met H7N7, waarvan werd gedacht dat het bij mensen alleen oorontsteking veroorzaakte. "We mogen van geluk spreken dat het slecht tussen mensen onderling overdraagbaar bleek", denkt dr Jacco Wallinga van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Als zo'n nieuwe virus wel erg besmettelijk is, ontstaat een pandemie, een wereldwijde epidemie waarbij honderdduizenden mensen kunnen sterven. In het verleden hebben zo de Spaanse griep in 1918, de Aziatische griep in 1957 en de Hong-Konggriep in 1968 miljoenen mensen het leven gekost.
"Nederland moet een grote noodvoorraad antivirale middelen inslaan voor het geval er een pandemie uitbreekt", vindt prof dr Ab Osterhaus, viruskenner van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Antivirale middelen remmen de besmetting en zwakken de verschijnselen af. Anders dan vaccins kan de patiënt ze nog slikken als hij al ziek is. Osterhaus: "Het duurt zeker een half jaar voordat er een vaccin ontwikkeld is en dan zijn er al tienduizenden mensen gestorven. We hebben wel pokkenvaccins in opslag, terwijl een pokkenuitbraak veel minder waarschijnlijk is."
Paget van Nivel is het met hem eens, al kosten dat soort voorraden veel geld. "Japan heeft veertig ton antivirale middelen op voorraad voor een bevolking van 150 miljoen mensen." Het produceren daarvan heeft al gauw 800 miljoen euro gekost.
Osterhaus waagt zich niet aan een voorspelling over het moment waarop we de volgende pandemie kunnen verwachten: "Mijn voorganger voorspelde hem elk jaar en is nu met pensioen zonder er één te hebben meegemaakt. Maar dat er ooit weer een pandemie komt, is zeker."
Eurodiffusie
Bij een pandemie kan de helft van de bevolking griep krijgen. De omvang van een epidemie (aantal besmette mensen) volgt uit de bevolkingsgrootte, het aantal vatbare mensen en het aantal mensen dat een ziek persoon kan besmetten. Hier zijn diverse berekeningen voor. De hoop is dat één daarvan straks past op de resultaten van De Grote Griepmeting.
"Hoe meer griepmeters we hebben, hoe beter," zegt Mark Peletier van het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI). "We kunnen alvast nadenken over mogelijke modellen en voorspellingen, maar we kunnen werkelijk pas wat zeggen als er gegevens zijn." Peletier werkte eerder mee aan het eurodiffusie-experiment. Bij dit onderzoek van NW&T en het CWI dat begin januari 2002 startte, telden ruim vierduizend mensen maandelijks de Nederlandse, Belgische en buitenlandse euromunten in hun portemonnee. Peletier: "Dat bleken genoeg mensen om een eenvoudig model op te stellen voor de diffusie van buitenlandse munten in
Nederland en België." Hij is benieuwd of de griepmeting zal laten zien hoe een virus zich verspreidt. "Zien we een haard in Amsterdam die pas weken later overslaat naar Brussel, of verspreidt het virus zich bliksemsnel over Europa?"
Wie zich opgeeft als griepmeter, krijgt ook minder voor de hand liggende vragen, bijvoorbeeld met welk vervoermiddel je naar je werk of school gaat en of je kinderen op de crèche hebt. "Onverwachte vragen kunnen onverwachte uitkomsten geven. Bij de eurodiffusie was een van de duidelijkste uitkomsten dat grote munten zich veel sneller verspreiden dan de eurocenten. Dat hadden we niet bedacht. Het zou mooi zijn als we zo ontdekken dat mensen die met het openbaar vervoer reizen eerder griep krijgen of juist mensen die meestal de fiets of de auto pakken."
Geef je op als griepmeter Meer informatie over griep
RIVM Nivel www.gezondheid.be EIISS Eurodiffusie
www.eurodiffusie.nl